Petanque

2 petanque ballen naast het kleine oranje balletje en aan de rechterkant een zwarte petanque bal

Speluitleg

Petanque wordt man tegen man of in twee ploegen gespeeld waarbij de bollen zo dicht mogelijk bij het mikballetje (cochonnet) gerold moeten worden. Om te weten wie mag beginnen, wordt er getost.  

Spelverloop

Ploeg A die de tos wint, trekt een cirkel (35 cm – 50 cm), neemt plaats in die cirkel en werpt het mikballetje tussen 6 m en 10 m ver. Daarna plaatst hij zijn eerste bal.

Nu is het aan een speler van ploeg B om plaats te nemen in de cirkel en te proberen dichter bij het mikballetje te werpen dan ploeg A.

Ploeg B moet spelen totdat zij dichter bij het mikballetje liggen dan ploeg A. Dan is het opnieuw aan ploeg A. Wanneer ploeg A terug dichter werpt, is het opnieuw de beurt aan ploeg B, enzoverder.

Wanneer er geen ballen meer te spelen zijn, worden er evenveel punten toegekend als er ballen van één ploeg dichtst bij het mikballetje liggen.

Wanneer tijdens een botsing van 2 of meerdere ballen het mikballetje op verboden terrein komt en beide ploegen hebben nog ballen te spelen dan is de botsing nietig. Wanneer alleen 1 ploeg nog ballen te spelen heeft, tekenen zij zoveel punten aan als er nog te spelen ballen zijn. Indien het mikballetje raakt aan ballen van beide ploegen, is het aan de ploeg welke het laatst gespeeld heeft om te werpen. Indien zij daar niet in slagen, is het aan de tegenspeler om te spelen.

Afwisselend verder spelen tot een ploeg erin slaagt het punt te nemen.

(afzonderlijk te reserveren op de Sportdienst Wevelgem)