Minder tuinafval in acht stappen

Veel mensen zullen zich hierin herkennen: gras maaien, hagen en struiken snoeien, onkruid wieden,... zorgen er dikwijls voor dat er meer werk dan plezier is aan de tuin. Een ander gevolg: het recyclagepark wordt overspoeld met al dat tuinafval dat wekelijks wordt aangebracht. Tuinafval hoeft er nochtans niet te zijn. Er zijn een aantal eenvoudige trucs waarmee je het tuinafval sterk kan beperken of zelfs helemaal wegwerken. Hieronder serveren we je een menu aan mogelijkheden. Afhankelijk van je tuin, smaak en mogelijkheden zullen sommige tips misschien moeilijk lijken, maar andere zijn dan weer zeker haalbaar. Probeer ze uit! Je vrije tijd zal er wel bij varen!

Stap 1. Minder bemesten kan geen kwaad.

In een siertuin is het niet van belang dat je planten zo snel mogelijk groeien. Integendeel: te snelle groei put planten vaak uit en maakt ze vatbaarder voor ziekten. Wees dus spaarzaam met meststoffen. Hoe sneller je planten groeien, hoe meer werk je er aan hebt en hoe meer afval. Een slim alternatief voor meststoffen zijn bodemverbeteraars: zij brengen humus aan en maken de bodem gezonder, zonder te veel voedingsstoffen aan te brengen.

Stap 2. Je wint bij minder gazon.

Niets brengt meer afval teweeg in de tuin als een gazon. Het maaien van een gazon is bovendien een snel terugkerende, soms vervelende klus. Je wint er als tuinliefhebber bij door gedeelten van je gazon om te vormen tot (struiken)border of bloemenperk. Dat geeft niet alleen meer kleur, maar ook minder werk. Van belang is dat je planten kiest die de bodem goed bedekken. Het onkruid krijgt geen kans en je hoeft niet om de haverklap te wieden. Vraag raad bij je tuinaannemer of bij de plantenkweker: hij kan je zeker een aantal planten of struiken aanwijzen die in je smaak zullen vallen.

Stap 3. Vlug is te snel.

Snelgroeiende planten bieden het voordeel dat je tuin snel "gevuld" is. De keerzijde van de medaille is dat je deze planten in de jaren daarna permanent met veel snoeiwerk in bedwang zal moeten houden. Een goed evenwicht tussen traag- en snelgroeiende soorten is dus van belang. Ook hier kan je plantenkweker of tuinaannemer je raad geven. Misschien nog belangrijker is de keuze van het graszaad. Snelgroeiende grassen geven snel een vol gazon, maar verplichten je tot jarenlang wekelijks maaien (of meer). Bij traaggroeiende grassen geldt het omgekeerde: minder werk én minder afval. Informeer je dus goed voor je graszaad aankoopt.

Kies ook voor de juiste plant op de juiste plaats. Om planten in ideale omstandigheden te laten opgroeien, is het noodzakelijk dat ze zich goed voelen waar ze staan: zon, schaduw of halfschaduw - kleigrond, zandgrond of stenige plaatsen - vochtigheid, het zijn allemaal elementen waar je best rekening mee houdt. Meestal zijn streekeigen soorten de beste keuze, ook omdat ze beter bestand zijn tegen ziektes. En: hou ook voldoende afstand van de perceelsgrens, zodat de buur er geen last van heeft.

Stap 4. Kies voor composteren.

Bij de beste bodemverbeteraars hoort compost. Compost kan je bovendien perfect in eigen tuin aanmaken. In een wat grotere tuin (> 2 aren) kies je best voor een compostbak, in kleinere tuinen voor een vat. Een vat zet je best op een zonnige plek, een bak in de schaduw. Zorg voor een goede mengeling van zacht en structuurmateriaal en belucht regelmatig. Na een zestal maanden bekom je in plaats van tuinafval prima compost. Wie wat aandachtig is, krijgt nooit te maken met geurhinder. Door tegen de compostbak (klim)planten te laten groeien, kan je het composteren bovendien perfect in je tuin integreren. Wil het composteren niet lukken, dan kan je nog steeds contact opnemen met de compostmeesters van Mirom (zie www.mirom.be).

Stap 5. Mogelijkheden van mulching.

Mulchen is een techniek waarbij je de bodem beschermt door er een laagje materiaal op te leggen. Dat materiaal kan zowel schors, houtsnippers, compost of grasmaaisel zijn. Belangrijk voordeel is dat je hiermee vermijdt dat er teveel onkruid groeit. Daarnaast bescherm je ook de bodem tegen hagel, regenbuien of uitdroging. Met compost en grasmaaisel stimuleer je ook het bodemleven. Mulching kan je toepassen in borders tussen de planten (vooraleer die dichtgegroeid zijn), rond bomen en struiken en in de moestuin. Grasmaaisel is erg geschikt als mulchmateriaal op voorwaarde dat je het laagje niet te dik maakt en dat het gras niet in zaad stond. Schors en houtsnippers mag je zeker niet mengen met de bodem (bv door te hakken), zoniet riskeer je voedingsgebreken bij je planten. Een bijzondere vorm van mulching, is het gebruik van een mulching-grasmaaier. Een dergelijke grasmaaier versnippert onmiddellijk het gemaaide gras, zodat het tussen de grasplantjes op de bodem terecht komt. Groot voordeel is dat het maaien minder werk vraagt en je verlost bent van het maaisel, nadeel is dat je iets regelmatiger moet maaien. Ook bladeren zijn geen afval. Bladeren die je verwijderd van gazon, terras of oprit strooi je best gewoon uit onder houtgewassen of leg je gewoon op een stapel en hou je vochtig. Ze verteren snel tot goede humus. Of je kan ze gebruiken als winterdek in de moestuin.

Stap 6. Creatief met hout.

In de eerste plaats kan de nodige ruimte voorzien voor bomen en struiken zorgen voor minder snoeiwerk en voor een mooiere vorm. In principe moeten de meeste planten weinig of niet gesnoeid te worden, teveel mensen denken nog dat elke plant minstens 1x per jaar moet gesnoeid worden. Als er toch gesnoeid moet worden, kun je met het hout alle kanten uit. Een deel kan na versnipperen (met schaar of hakselaar) terecht in de composthoop. Houtsnippers kan je ook gebruiken als mulching-materiaal. Stevige takken kunnen gebruikt worden in de moestuin of het "kamp" van de kinderen. Met wat overblijft kan je een houtwal maken: je legt alle takken, stengels, snippers, ... tussen twee stroken omheining en je stapelt maar. De houtwal vormt een natuurlijke scheiding in je tuin. Al snel zullen vogels, nuttige insecten of egels er een ideale schuilplaats in vinden. Een ander idee is de houtwal te laten overgroeien door bloeiende klimplant. Wortelstronken met de grillige zijwortels omhoog of grotere stukken hout kunnen artistieke sculpturen vormen in de tuin.

Stap 7.  Kot-kot-kot.

Kippen zijn de alles-opruimers in je tuin. Ze zijn vooral dol op wormen, slakken en ander ongedierte, maar ook voor groen- of keukenresten trekken ze hun neus (of bek) niet op. Zorg zeker voor een droge en tochtvrije slaapplaats. Geef niet meer groen- en keukenresten dan de kippen in één dag kunnen oppeuzelen. Het voederen van vleesresten is om sanitaire redenen niet aangewezen.

Stap 8. Laat het gras maar groeien.

Waar je zit en wandelt in de tuin, hoort zeker een kortgeschoren gazon dat aangenaam en gemakkelijk te betreden is. Het is een goed idee om kortgeschoren gazon af te wisselen met plekken waar je het gras langer laat groeien (b.v. onder bomen, naast hagen, achterin de tuin, in de boomgaard). In de stroken met langer gras, kan je bloembollen aanplanten (krokussen, hyacinten, ...) die in de lente voor een prachtig effect zullen zorgen en zich jaar na jaar zullen vermenigvuldigen. Een andere mogelijkheid zijn wilde bloemen, die van nature voorkomen in oudere bloemenweides. Geschikte planten vindt je opnieuw bij de (gespecialiseerde) tuinaannemer of plantenhandel.

Meer informatie vindt u bij:

  • OVAM: diverse brochures, o.a. "Waarheen met je grasmaaisel", "Composteren in vaten en bakken", en "De ecologisch tuin: natuurvriendelijk en afvalarm"
  • www.thuiscomposteren.bewww.velt.be
  • de folder Ecologische tuin - Natuurvriendelijke tuin van de dienst milieu, cel groen: 056/43 34 60, groen@wevelgem.be.